Home > #Hoofdnieuws > Hoera…de Formule 2 is terug?

Hoera…de Formule 2 is terug?

Formule 2 omschrijven in een beknopt aantal pagina’s is onbegonnen werk. Net als de prestigieuze F1, groeide de Formule 2 ook uit een lange traditie en zag zijn moderne variant geboren worden na de tweede wereldoorlog. Op een bepaald moment (1952-1953) nam de Formule 2 zelfs de plaats in van de grote broer in de Grand Prix racerij! En nu is deze formule terug…althans in naam. De beslissing van de FIA om voor 2017 de “formule 2” weer in het leven te roepen was immers een broekzak-vestzak operatie. Op het offerblok lag de GP2 serie. Een serie die in het recente verleden onze landgenoot Stoffel Vandoorne goed gezind was. Maar veel meer dan het veranderen van de benaming hield dit niet in.

In principe kan men niet spreken van “Formule 2” in de jaren voor 1948. De toenmalige instanties (CSI) werkten de formule in 1947 uit, om met ingang van 1948 te kunnen worden gebruikt. De Formule 2 serie moest de plaats innemen van de “voiturettes” races, de wedstrijden voor wagens met een kleinere cilinderinhoud, die werden gehouden als voorprogramma van de Grand Prix’. De “voiturettes” (een term voor het eerst geregistreerd door Léon Bollée voor zijn driewieler-motor in 1895) kenden hun gloriedagen in de jaren 1931 tot het begin van de tweede wereldoorlog. Ze groepeerden technisch interessante machines met cilinderinhouden van 750cc, 1100 cc en 1500cc. Alle grote constructoren hadden naast hun Grand Prix machines ook hun ‘voiturettes’. De allereerste race na de vijandelijkheden van de tweede wereldoorlog, die het grootste deel van Europa in een gigantische ruine herschiepen vond plaats in Nice, waar de plaatselijke automobielclub voiturettes gebruikte als voorprogramma voor de “Casino Cup” (voor bolides tot 5000cc). Op 22 april 1946, minder dan een jaar na het einde van de oorlog, ging een wedstrijd van start voor ‘voiturettes’ tot 2500cc …en was dus in feite een “Formule 2” race. De machinerie was zeer verscheiden, van “sportwages” tot formulewagens. De Fransman José Scaron won in een omgebouwde Simca-Fiat en herlanceerde dus de autoport in Europa met deze F2-race.

Organisatoren richtten hun Grand Prix’ in…
onder Formule 2 regels

De ommekeer kwam in 1952. De dominantie van Ferrari in de Formule 1, na de terugtrekking van Alfa Romeo, deed bij de organisatoren het vermoeden rijzen dat hun Grand Prix zouden verworden tot optochten van de rode Italiaanse bolides. De Fransen gooiden de stok in het hoenderhok door te stellen dat hun Grand Prix de France zou worden verreden onder de regels van de Formule 2. De toenmalige tweeliter F2 machines waren snel, licht en heel wat goedkoper dan de zware Grand Prix machines. In het geheel was er weinig interesse in de dure Formule 1. Het duurde niet lang of alle andere organisatoren van de “Grand Prix” volgden het Franse voorbeeld en de facto werd de F1-titel betwist in wedstrijden met… F2 reglementering! In 1954 vielen de zaken weer in hun normale plooi toen de F1 met de betaalbaardere 2.5-liter formule uitpakte. De sportwagen racerij pikte op en de F2 ging in verval. In 1961 verdween de F2 voor de kleinere Formula Junior en keerde in de jaren 60 terug met een 1600cc formule. Onze landgenoot Jacky Ickx haalde de eerste Europese titel in 1967. Hij liet zich opmerken door in zijn F2 machine rond te toeren op een 4de plaats, tussen de F1 sterren op de Nurburgring! In april 1968 kwam Jim Clark, in zijn dagen beschouwd als één van de besten allertijden, om bij een F2 race in Hockenheim. Vele F1 rijders wisselden geregeld tussen de beide formules. In 1972 werd de cilinderinhoud gesteld op 2000cc, een formule die zou blijven tot het einde van de categorie in 1984.

Geen wereldkampioenen…

Grote spelers als BMW, Matra, Renault, Toleman (later Benetton) en Honda kwamen vanuit de F2 naar de Formule 1. De kampioenenlijst van het Europese kampioenschap omvatte Jacky Ickx, Jean-Pierre Beltoise, Johnny Servoz-Gavin, Clay Regazzoni, Ronnie Peterson, Mike Hailwood, Jean-Pierre Jarier, Patrick Depailler, Jacques Laffite, Jean-Pierre Jabouille, René Arnoux,    Bruno Giacomelli, Marc Surer, Brian Henton, Geoff Lees, Corrado Fabi, Jonathan Palmer en Mike Thackwell. En dan komen we misschien wel tot de meest bevreemdende vaststelling omtrent deze formule. Alle kampioenen van de serie brachten het tot de F1, maar geen enkele werd er wereldkampioen! Toen de F1 omschakelde naar het turbotijdperk werd de Formule 3000 opgericht. De teams (met Brabham baas Ecclestone voorop) zagen in het creëren van een nieuwe formule de ideaaloplossing voor het recycleren van hun overbodige Ford Cosworth motoren. En dat was meteen de grootste stijlbreuk met de vroegere F2, waar een vrije motorarchitectuur en chassiskeuze heerste. Met de invoering van de F3000 werden de toeleveringscategorieën quasi “monomerken”-formules. Voor de piramidale hiërarchie van de autosport was het ook al geen goede zaak. Rijders legden immers een parcours af via de F3, naar F3000 en dan naar F1. Onduidelijk, temeer omdat er ook een Formule 5000 bestond! De F3000 bracht het er trouwens nauwelijks beter van af wat het aanleveren van wereldkampioenen betreft, niemand van de 20 kampioenen haalde een F1 wereldtitel. Een privé-initiatief van Jonathan Palmer bracht de naam F2 terug in omloop. De serie, gegroeid uit de Britse Palmer-Audi kampioenschap, liet de wagens door Williams ontwikkelen en de motoren door Mountune (1800cc Audi turbo). Het werd geen succes: de vier kampioenen (Andy Soucek, Dean Stoneman, Mirko Bortolotti en Luciano Bacheta) haalden zelfs nooit de F1. In 2015, met de herziening van het puntensysteem voor de superlicentie, kwam er een andere aanpak. Er werden meerdere plannen uitgewerkt maar uiteindelijk koos de FIA voor een gemakkelijkheidsoplossing. De toelevercategorie bij uitstek, de GP2, werd herdoopt tot Formule 2. De benaming binnen de piramide was weer hersteld in zijn logica, en met één klap werden een aantal concurrenten in de wildgroei van toelevercategorieën (herinner u een periode, niet zo lang geleden, met World Series, Superleague Formula, A1GP, Formule Masters…) werden zo opzijgeschoven.

Hoe dan ook, de gloriedagen waarin jonge wolven zich konden meten met gevestigde waarden in de F1, op iconische circuits en in krachtige machines, lijken definitief voorbij. De nieuwe F2 is slechts een trapje in het all-in package achter de gesloten deuren van een Grand Prix weekend. Nu nog afwachten of de jonge talenten van de nieuwe F2 het tot wereldkampioen-status kunnen brengen.

 

foto’s: fiaformula2.com

You may also like
FIA F2: Geleal overweegt te stoppen na straf
In een notendop: FIA F2 en FIA F3
In een notendop: FIA F2 en FIA F3
in een notendop: F2 en F3 (Red Bull Ring)
error: Alert: Content is protected !!