Home > #Hoofdnieuws > De haaienvinnen zijn terug!

De haaienvinnen zijn terug!

Nadat enkele jaren geleden de lelijkste wagens ooit opdoken (getooid met walrusneuzen, dolfijnflippers, dildo-achtige uitsteeksels en vogelbekdiersnavels!) werden gaandeweg de regels veranderd. De wagens zouden met bredere banden en lagere vleugels er opnieuw “racy” moeten gaan uitzien. Dat past allemaal in de zoektocht naar een nieuwe geloofwaardigheid in de F1, waar de FIA de afgelopen jaren wanhopig naar op zoek was. Maar een technisch achterpoortje liet de haaienvinnen opnieuw binnenglippen.

Het wordt tegenwoordig vooruitgeschoven als een “logische” oplossing voor enkele aerodynamische probleempjes. De oorzaak zijn de voor 2017 gewijzigde reglementen die de achtervleugel in een hoek naar achteren laten leunen zodat de rand van de achtervleugel niet meer begint in het fictieve “vlak” van de achterwielen. Om de luchtstroom duidelijker naar deze rand te leiden zijn dus de haaienvinnen terug. Niet meteen een mooie esthetische oplossing en volgens sommigen (zoals Christian Horner van Red Bull), zelfs niet helemaal noodzakelijk. De winst die erdoor zou worden gehaald is nauwelijks meetbaar en veel minder significant dan bijvoorbeeld de ontwikkelingen in de motor. Maar dit is F1. En als alle andere duur betaalde ingenieurspelotons het doen, dan wil je niet die ene zijn die het niet doet…en dan mislukt! Behalve Mercedes. De Duitse renstal heeft blijkbaar vertrouwen genoeg in de eigen mechaniek om af te zien van de lelijke vissenvinnen. Al blijft daar ook nog een voorbehoud. Toto Wolff sloot niet uit dat Mercedes in de loop van het seizoen, toch zou overschakelen naar de haaienvin.

De “haaienvin” verscheen voor het eerst in 2008 op de RB04 Red Bull wagens. De F1 was toen in volle aerodynamische oorlog en de F-duct vierde hoogtij. Het systeem vond later nog zijn weg naar de sport-prototypes en Le Mans. De opzet was hetzelfde: het achtereind vastpinnen en de slingerbeweging bij het remmen stabiliseren. Er werd vorig jaar nog voorgesteld de vinnen definitief te bannen maar het voorstel stootte op een quasi unanieme “njet” van de teams. Als het van de nieuwe technische baas van de F1, Ross Brawn, afhangt, dan verdwijnen de haaienvinnen en de kleine, derde vleugeltjes (T-wing) op termijn.

Achteraf bekeken is onze 21ste-eeuwse Formule 1, die zichzelf telkens uitroept tot “technologisch meest hoogstaande sport”, eigenlijk maar nauwelijks innoverend. U zei? Inderdaad. Keren we even terug naar het jaar 1958. De Formule 1 maakte zopas een revolutie door want de Britse constructeur Cooper, plaatste motoren achterin de wagen! In die dagen ongezien… “Nochtans heel logisch”, vertelde de legendarische mecanicien Alf Francis,later. “We monteerden ketting aangedreven 500cc motorfiets krachtbronnen in de Formula Junior wagens, en het was zoveel gemakkelijker om die gelijk achteraan te monteren. Verder zochten we daar niets achter.” Cooper zou de werkwijze aanhouden in zijn sportwagens en later in zijn Formule 1 wagens. De chassis van Cooper volgden al enkele jaren de trend van de “bob tail”. Een kort afgeknot achtereind. Ontwerper Owen Maddock verklaarde dat hij het idee had gehaald van de Duitse aerodynamicus Kamm, waarbij de luchtstroom de vorm van de “staart” overnam. “John (Cooper) zou het misschien nooit goed hebben bevonden. Maar we vertelden dat we het moesten doen omdat de wagens anders niet in de trailer pasten…”. Ivor Bueb reed de kleine Cooper 1100cc op Paasmaandag 1955 in Goodwood en won van de krachtigere 1500cc machines. Het zou vanaf 1955 het kenmerk worden van de Cooper wagens. In 1957 schakelde de F2 over naar de kleinere 1500cc en Cooper volgde in het spoor. In 1958 verschenen dan de eerste “haaienvinnen” op de Coopers. Het is niet duidelijk wie het idee kreeg of wanneer het nu juist werd beslist, maar de opzet was klaar: voor de F1 moest het korte bob-tail achtereinde met de krachtigere Climax FPF 2.5 liter motor stabieler worden gehouden.  De eerste F1 Grand Prix van 1958 werden trouwens gewonnen door 2.5-liter “F2” Coopers en nadat Brabham met de kleine Cooper de enorme Ferrari’s vernederde, waren de F1 wagens met motor voorin dinosaurussen geworden. De kleine, wendbare Cooper, met motor achterin en de haaienvin, loodste Jack Brabham naar dubbele, aaneensluitende WK-titels in 1959 en 1960.

Werd het idee van de haaienvin dus al gelanceerd in 1958? Bekijk even de afbeeldingen en oordeelt u zelf… Al tooiden de kleine Coopers misschien eerder een “karpervin”. De gigantische zeilen van de huidige wagens, wegens de reeds ver ontwikkelde aerodynamica over de gehele wagen, blijken een al even kleine impact te hebben als de Cooper-vinnetjes van 60 jaar geleden. Slechts één gebruik kan ze rechtvaardigen. Zoals ik ergens las: wat als die ruimte nu eens benut werd om duidelijke, zeer grote wedstrijdnummers op aan te brengen! Dat zou pas nuttig zijn…

 

foto’s: McLaren
andere foto’s: internet (in spirit of fair use)

You may also like
#autosportleeft
F1 2022: de aanloop naar Bahrein– Het team Aston Martin
F1 Barcelona: reacties na de testdagen
In een notendop: F1, Acura en Jeddah

1 Response

Leave a Reply

error: Alert: Content is protected !!