Zandvoort is net zo oud als de Formule 1, daarom is het mooi dat de Formule 1 in 2020 terugkeert naar het circuit in de duinen. Maar in september vieren we alvast de eerste periode dat de hoogste autosportklasse jaarlijks naar Zandvoort kwam voor de Grand Prix van Nederland. Want de Historic Grand Prix Car Association brengt weer tientallen F1-auto’s van 1948 tot 1966 naar de Historic Grand Prix.

De Formule 1 zag in 1948 het licht. In 1948 opende ook het circuit van Zandvoort zijn poorten, en meteen werd er een Grand Prix uitgeschreven voor Formule 1-auto’s. Het wereldkampioenschap begon vanaf 1950, en in 1952 prijkte de Grote Prijs van Nederland voor het eerst op de WK-kalender, om er sindsdien vrijwel zonder onderbreking tot 1985 op te staan. De auto’s van 1966 tot 1985 worden tijdens de Historic Grand Prix vertegenwoordigd door het FIA Masters Historic Formula One Championship, de Historic Grand Prix Car Association draagt zorg voor het veld met auto’s uit 1948 tot 1966.

De bloeiende Britse vereniging was erbij op de eerste Historic Grand Prix acht jaar geleden en neemt ook in 2019 tientallen mooie auto’s mee naar Zandvoort. De favorieten komen natuurlijk uit het jongste 1,5-liter-tijdperk van 1961-’65. Dan moeten we vooral kijken naar ‘sigaren’ als de Lotus 18/21 van Peter Horsman, de Cooper T79 van Michael Gans, de Brabham BT11A van Barry Cannell, de Cooper T66 van Sid Hoole en de Lotus 32 (een Tasman-auto) van Larry Kinch. Hoogstgeëerde gast – en een eerdere winnaar op Zandvoort – is de Lotus 25 (chassis R4) van Andy Middlehurst, die door Jim Clark zelve werd bestuurd. Zéér vlot zijn sommige Coopers van vóór 1961 die toch al de motor achterin hebben, zeker met een vaardige coureur als Will Nuthall – zijn T53 zal absoluut ver voorin zijn te vinden. Maar vlak ook Rüdi Friedrichs en Chris Drake niet uit, ook in T53’s, of de T51 van Tom Dark. Ook de Lotus 18 – geboren als F2-auto, maar vanaf 1961 geschikt voor de F1 – valt in die categorie, zoals het exemplaar van Nick Taylor. Een interessante toevoeging aan het veld zijn de F1-auto’s die in Zuid-Afrika werden gebouwd voor het nationale F1-kampioenschap aldaar. De LDS van Greg Thornton en de Heron van Eddy Perk zijn daar fraaie exponenten van.

De oudere F1’s met de motor vóór de coureur worden aangevoerd door de Scarab-Offenhauser van Julian Bronson – destijds een auto die te laat verscheen en werd overklast door de wendbare F1’s met middenmotor. Maar in zijn klasse kan de Scarab nu makkelijk de iconen van de jaren vijftig aan, zoals de Maserati 250F en de BRM P25. Ook daarvan komen enkele exemplaren naar Zandvoort.

En dan is er nog de periode waarin het WK voor Formule 2-auto’s werd verreden. Want niet voor niets heet de Historic Grand Prix Car Association geen Historic Formula One Car Association. In 1952 en ’53 stonden er immers F2’s aan de start van de meeste GP’s. Paul Grant en Martin Eyre brengen Cooper-Bristol Mk2’s mee, terwijl Ian Nuthall aan de start verschijnt in een Alta F2.

Kortom, variatie in overvloed in zowel ontwerp als cilinderinhoud. Een bezoek aan de paddock van de HGPCA is daarom net zo de moeite waard als het aanschouwen van beide races. Formule 1 zoals het oorspronkelijk was, op een circuit waar je zeker van Tarzan tot Scheivlak de geschiedenis nog steeds kunt proeven – dát is de bijdrage van de Historic Grand Prix Car Association aan de Historic Grand Prix van 2019.

De Historic Grand Prix op het circuit van Zandvoort vindt dit jaar plaats op 6, 7 en 8 september.

(persbericht)