Op 4 augustus 2001 begon er een nieuw tijdperk in Spa-Francorchamps. Voor de eerste keer werd op het legendarische Belgische circuit de jaarlijkse 24 uurs-race als een wedstrijd voor GT-bolides verreden. Het zou een geïnspireerde keuze blijken.

Wie 18 jaar later terugblikt, kan niet anders dan vaststellen dat de Total 24 Hours of Spa sindsdien een hele weg heeft afgelegd. Sinds de overstap van toerwagens naar GT’s wist het evenement ieder jaar te groeien, en werd het één van ‘s werelds belangrijkste uithoudingsraces. Nu is het een unieke uitdaging geworden, dankzij een startgrid van meer dan 60 wagens, die allemaal aan dezelfde GT3-regels beantwoorden.

Aanvankelijk, tussen 2001 en 2009, was de Total 24 Hours of Spa een deel van het FIA GT kampioenschap. In 2011 werd de etmaalrace dan het hoogtepunt van de splinternieuwe Blancpain Endurance Series. Dat kampioenschap legde ieder jaar de lat wat hoger, op elk mogelijk vlak: van de kwaliteit van het deelnemersveld tot het entertainment dat de fans ter plaatse werd aangeboden.

Eén van de grootste verschillen tussen 2001 en wat we in de recente jaren te zien kregen was de voorsprong van de winnaar. De eerste twee GT-edities werden gewonnen door de Chrysler Viper van Larbre, telkens met vijf ronden voorsprong. Dat werd in 2003 nog verbeterd, toen de winnende Freisinger Porsche aan de finish een verbazingwekkende acht ronden voorsprong had.

In 2019 is het niet onmogelijk dat het verschil aan de streep tussen vijf en acht… seconden ligt. De kansen dat de winnaar algemeen een volledige ronde voorsprong telt? Dat is niet onmogelijk, maar kenners van de race zouden dat nooit durven voorspellen.

Close finish

De spannendste finish ooit was die van 2014, toen Rene Rast (#1 Belgian Audi Club Team WRT) met 7.077s voorsprong op de #77 Marc VDS BMW over de streep kwam. Winnaar Rast was achteraf zo uitgeput dat hij bijna niet meer op het podium geraakte.

Het verschil vooraan mag dan wel kleiner zijn geworden, het aantal wagens aan de start is sinds het begin van het GT-tijdperk steeds gestegen en sinds GT3 in 2011 de topklasse werd zelfs stabiel gebleven. Dat resulteerde bij zeven van de laatste acht edities in een startgrid van meer dan 60 wagens. Het laagste aantal deelnemers werd in 2005 vastgesteld, met 37 wagens op de grid. Het hoogste aantal auto’s was dan weer 66 stuks, in 2012.

De editie van 2019 zou een recordversie kunnen worden, want dit jaar worden er meer dan 70 bolides verwacht. Dat zou het hoogste aantal zijn sinds de toerwagenperiode, maar het is goed om in het achterhoofd te houden dat voor 2001 een hele waaier aan auto’s werd toegelaten, en nu enkel GT3-wagens. Dat maakt dat aantal alleen maar indrukwekkender.

Records

En over indrukwekkende cijfers gesproken: het hoogste aantal ronden dat tijdens het GT-tijdperk werd afgelegd dateert uit 2006, toen zowel de winnende #1 Vitaphone Maserati als de tweede, de #5 Phoenix Racing Aston Martin, 589 ronden van het circuit van Spa-Francorchamps aflegden. Het laagste aantal werd er in 2003 afgelegd, toen de #50 Freisinger Porsche in een race met bijna vier uur achter de safety car 479 ronden aflegde.

Dat jaar waren de FIA GT bolides duidelijk sneller tijdens de kwalificaties, dus moest de Freisinger Porsche uit de N-GT klasse als 21ste aan zijn rush richting zege beginnen. Toch is dat niet de laagste startpositie voor een winnaar: in 2012 klom de #16 Phoenix Racing Audi van op een 29ste plaats op de 66 wagens sterke startgrid naar de eerste positie.

U zou kunnen denken dat winnen van op een lage startpositie wel meer voorkomt, zeker gezien de lastigheidsgraad van het circuit en de beruchte Ardense weersomstandigheden. Toch werd een meerderheid van de races uit het GT-tijdperk van voorin de grid gewonnen, zelfs vier keer van op pole positie. Drie daarvan werden in een periode van vier jaar genoteerd, toen zowel 2004, 2005 als 2007 een zege voor de polesitter opleverden.

De vierde, en meest recente, winst voor de eerste wagen op de startgrid kwam er in 2014, al was dat niet de meest eenvoudige zege. Zoals hoger vermeld leverde deze editie de kleinste winstmarge sinds 2001 op. Maar bovendien werd Laurens Vanthoor ziek, en moesten Rene Rast en Markus Winkelhock het laatste derde van de race als een duo afwerken. Op papier lijkt dat eenvoudig, maar het bewijst alleen maar dat statistieken niet alles vertellen.

Als we de gemiddelde startpositie van de winnaar van de laatste 18 edities bekijken, dan lijkt de achtste plek de beste plaats op de startgrid. Maar ironisch genoeg heeft nog nooit een wagen van op de achtste startpositie de race gewonnen! Een andere vreemde statistiek is dat er wel vier winnaars vanop pole startten, maar geen enkele van op de tweede plaats op de grid.

Betrouwbare GT’s

Slechts zes keer kwam het gedurende het GT-tijdperk voor dat minder dan de helft van het deelnemersveld de race wist uit te rijden. In 2013 kwamen slechts 28 van de 65 starters over de grid, een laagterecord van 43 procent. Het hoogste cijfer kwam er vorig jaar, toen 47 van de 62 starters werden geklasseerd. 76 procent dus, en de bewijst nog maar eens dat het niveau van de moderne GT3-bolides en van de teams die ze laten rijden steeds hoger komt te liggen.

Hoewel de Total 24 Hours of Spa zeker een test is voor de machines, is het misschien een nog grotere uitdaging voor de rijders aan het stuur. Wie zijn er dan de beste performers van het evenement?

Statistisch gezien zijn Eric van de Poele en Michael Bartels de meest succesvolle rijders van het GT-tijdperk. Elk wisten ze de race sinds 2001 drie keer te winnen, en deelden ze de zegevierende Vitaphone Maserati in 2005, 2006 en 2008. Van de Poele is uiteraard wel de meest succesvolle rijder uit de hele geschiedenis van het evenement, want hij won ook nog eens twee keer in het toerwagentijdperk (1987 en 1998), waardoor hij over een zegerecord van vijf stuks beschikt.

Sinds 2001 zijn er een aantal rijders in geslaagd om de Belgische klassieker twee keer te winnen, en de kans is groot dat Philipp Eng, Markus Winkelhock, Romain Dumas en Rene Rast er ook dit jaar bij zijn. Mocht één van hen er in slagen om in 2019 te winnen, dan maken ze deel uit van een select groepje van tien rijders die sinds de eerste editie van 1924 de 24 uur drie of meer keer hebben gewonnen.

De eerste vrouw

De editie van 2004 kreeg een belangrijke première, toen de BMS Scuderia Italia Ferrari zegevierde. Ja, het was de eerste keer in vijftig jaar dat het Italiaanse merk wist te winnen, maar nog belangrijker was dat Lilian Bryner tot het winnende team behoorde. Door toen als eerste over de streep te gaan werd de Zwitserse de eerste vrouw die een belangrijke 24 uurs-race won.

In 2003 finishte Bryner ook als runner-up, waardoor ze één van de 41 rijders werd die sinds 2001 meer dan één keer op het podium van de Total 24 Hours of Spa stonden. In totaal stonden er de afgelopen 18 jaar meer dan 100 verschillende rijders op het podium. Stephane Ortelli is recordhouder van het GT-tijdperk met vijf stuks, inclusief zijn zege van 2003. Bovendien stond Ortelli bij 17 van de 18 edities aan de start, meer dan gelijk wie ook.

Twee rijders delen het record van hoogste aantal podiumplaatsen zonder te winnen: zowel Stephane Lemeret als Christopher Mies stonden vier keer op het podium, maar nooit op het hoogste trapje. Mies is ook in 2019 nog actief, dus de Duitser maakt nog altijd aanspraak op een zege.

Duitsland boven

En tenslotte: met welke bolides werd er gewonnen? Hoewel we het algemeen gesproken over een ‘GT-tijdperk’ hebben, kwamen er de afgelopen 18 jaar heel wat klassen aan de start in de Total 24 Hours of Spa, met GT1, GT2, GT3, GT4 en auto’s uit monomerkencups.

Dit jaar staan er enkel GT3’s aan de start. Er zijn wel verschillende categorieën, maar daar wordt het onderscheid gemaakt door de rijdersgradatie, niet door de auto’s. Qua prestaties is er dus geen wezenlijk verschil tussen de auto die de pole verovert en de wagen die als 63ste zal starten.

Bij de winnende bolides overheersen de Duitse merken. De laatste keer dat er een niet-Duitse wagen in Spa wist te winnen dateert al van 2009, toen Chevrolet met de hoogste eer ging lopen. Toch vielen er de afgelopen jaren sterke prestaties te noteren van Bentley, Lamborghini en Ferrari, allemaal merken die ook dit jaar voorin zullen meespelen.

Hoewel er tussen 2010 en 2018 dus enkel Duitse auto’s wonnen, was de situatie tussen 2001 en 2009 helemaal anders. In die periode was Porsche de enige Duitse constructeur die wist te zegevieren (2003). Italiaanse merken gingen vier keer met de oppergaai lopen, hetzelfde aantal als de Amerikaanse constructeurs.

De editie 2019 van de Total 24 Hours of Spa is nu amper zes weken verwijderd, we hoeven dus niet te lang meer te wachten om te weten te komen wat dit jaar aan de geschiedenisboeken kan toevoegen. Met een mogelijke recordgrid en een spannender strijd dan ooit tevoren, lijkt het evenement aan de vooravond van de 20ste verjaardag van het GT-tijdperk op de mythische omloop van Spa-Francorchamps alleen maar sterker voor de dag te komen.