Tijdens de Formule E ePrix in Marrakesh spraken wij met een opvallend ontspannen Sam Dejonghe, test- en ontwikkelingspiloot voor Mahindra Racing. Dejonghe, die plaats nam in Pascal Wehrlein zijn wagen, zette op de testdag de 13de tijd neer, terwijl de beste chrono weggelegd was voor Nico Müller in zijn Audi.

Hoe zie jij de evolutie van de Formula E?

“We zijn nu seizoen 5 en eigenlijk zijn we al redelijk ver gekomen. De eerste 2 seizoenen was het een beetje aftasten of het echt wel een volwaardig kampioenschap zou worden of eerder meer een marketingmiddel. Dit seizoen en zeker ook volgend seizoen komen er een paar grote constructeurs bij. Mercedes (HWA), Audi, Jaguar… zijn al aanwezig en volgend jaar komt ook Porsche erbij. Er zijn nu al meer constructeurs hier dan in de Formula 1. Dat is een heel duidelijke boodschap en zal er ook voor zorgen dat het nu heel snel vooruit zal gaan. Daarom heb ik er nu alle vertrouwen in, ook omdat de promotors nu heel hard bezig zijn. Ze doen het op een bijna revolutionaire manier en de media-aanpak klopt gewoon veel meer in de hedendaagse manier van communiceren en sociale media.”

Sam had het ook nog over de toekomst van F1: ”Ik denk dat we sowieso naar een toekomst gaan met elektrisch aangedreven racewagens. Als de F1 zich niet aanpast zal dit kampioenschap verdwijnen, want dan gaat de FE het overnemen in mijn ogen. Langs de andere kant denk ik dat F1 iets mythisch is en al zo lang bestaat dat ik mij niet kan inbeelden dat het er ooit niet meer zal zijn. Ze zullen zich dus moeten aanpassen en dat ook wel doen. Maar dan stelt natuurlijk de vraag of de twee naast elkaar kunnen blijven bestaan.”

Heb jij net als de rijders hier een hele drukke planning of is dit anders als testpiloot?

“Wij hebben een volledig ander schema. Normaal gezien ben ik tijdens de race altijd in de simulator terug te vinden. Meestal kom ik eigenlijk niet mee naar de raceweekends zelf, wat ik wel spijtig vind. Het is wel eens fijn om hier in exotische landen te zijn, maar mijn toegevoegde waarde ligt meer in het testen en feedback geven van de wagen en de set-up. Voor mij is het nu dus wel eens leuk om zelf zo’n raceweekend te kunnen meemaken en zelf te kunnen rijden want we zijn heel beperkt in het aantal testdagen. Er zijn namelijk maar 17 dagen per seizoen en dan zitten vooral de racepiloten zelf in de wagen. Ik heb minder verplichtingen qua media, maar volg zelf wel alle ingenieur meetings mee en moet beschikbaar zijn wanneer ze mij nodig hebben.”

Hoe ervaar jij de sfeer onderling tussen de teams en rijders?

“Echt heel veel communicatie is er niet echt tussen de piloten volgens mij. Er is wel meer interactie. Je eet samen op dezelfde plek, want niet iedereen heeft zijn eigen afgesloten trailer zoals in de F1. Dit is dus een meer natuurlijke manier van werken. Heel veel piloten kennen elkaar ook wel vanuit de andere klasse. In die zin heb ik ook wel met contact met anderen, maar het blijft een topsport en echte vrienden heb je daar nooit. Het belangrijkste is dat ik een heel goed sociaal contact heb met mijn team. Er heerst hier in de paddock wel een heel open, gemoedelijke sfeer en dat valt wel op als je kijkt dat dit na F1 misschien wel ‘the second best thing’ aan het worden is. Het serieuze is er, maar het is wel een leukere omgeving. Er zijn minder geheimen ook tussen de teams denk ik.”

Gaat jouw voorkeur naar stratencircuits, of toch eerder naar legendarische circuits als Spa?

“Ik heb weinig ervaring met stratencircuits, maar ik denk dat het meer ‘exciting’ is. Volgens mij rijdt elke piloot liever op circuits waar je het ultieme eruit kan halen en dat is bijvoorbeeld in Spa zo omdat je daar een hele hoge snelheid kan halen. Langs de andere kant horen stratencircuits bij dit kampioenschap en maken het ook spannender omdat er veel minder marge is om fouten te maken. Voor racepiloten is het vooral spannend om op de limieten te rijden en daar kan je niet echt over gaan. Op permanente circuits heb je dat dan weer wel, daar kun je vaak tegen hoge snelheden een fout maken en toch nog uit de muur blijven door de uitloopzones. Als we kijken naar racen in essentie dan is dit wel veel toffer.”

Gaat je voorkeur uit naar het racen in de eenzitters of eerder de tweezitters?

“Ik doe sowieso liever eenzitters. Voor mij is dat de ultieme vorm van autosport. Dit is de beste manier om performance te hebben en het is ook gewoon de snelste manier. Je hebt meer downforce, meer snelheid, minder gewicht en het feit dat je in laag en in het midden zit, is de ideale manier om te racen.”

Sam zei ons ook nog dat ze er alles aan proberen doen om de fans geboeid te houden, zoals de wagens, de Fanboost, de attackzones. Volgens hem bepaalt dit ook mede het succes en de groei van Formula E: “Het heeft misschien wel wat weg van gaming, maar ze proberen tenminste. Ook het geluid, hate it or love it, maar ze zijn tenminste wel eerlijk. Het racen zelf is ook iets totaal anders, er wordt geduwd, iets wat in de F1 helemaal niet kan.”

Tekst: Matthias Hautekiet