We staan op goed 48 uur voor de start van de voorlaatste manche van het World Rally Championship 2018, de Rally RACC in Catalonië. Iedere Belgische rallyfan hoopt uiteraard op een nieuwe succes van Thierry Neuville en Nicolas Gilsoul, de leiders in het kampioenschap. Hun voorsprong wordt echter steeds kleiner en voor de wedstrijd in en om Salou telt Sébastien Ogier, nog slechts zeven punten minder dan onze landgenoten. De laatste twee wedstrijden, Spanje en Australie, zijn samen goed voor nog 60 punten en zullen dus uitsluitsel moeten brengen over wie zich tot kampioen van dit spannende seizoen mag kronen.

Thierry Neuville: “Deze twee wedstrijden zijn enorm belangrijk voor ons. We hebben de voorbije wedstrijden wat van onze voorsprong verloren, we staan echter wel nog steeds aan de leiding. Wees gerust, we geven niet op en gaan vechten voor de titel.”

Sébastien Ogier: We gaan naar Spanje met een goed gevoel na het behalen van de overwinning in Wales en het verkleinen van de voorsprong in kampioenschap naar zeven punten. De titelstrijd is losgebarsten en we moeten nog twee sterke resultaten behalen als we onze kroon willen verdedigen. De competitie is echt spannend en ik kijk uit naar dit evenement,  het onverhard/asfalt element van deze rally maakt het een unieke wedstrijd op de kalender en je moet je snel aanpassen aan elke verandering in het terrein. De steun die we elk jaar krijgen in Salou zorgt ook voor extra motivatie en iedereen kan rekenen op Julien en mezelf.”

Ott Tänak: “Ik kijk er naar uit om weer in Spanje te rijden. We hebben nog steeds een kans in het kampioenschap en we geven niet op. Op een bepaalde manier is het voor ons eenvoudiger: we moeten gewoon de laatste twee rally’s winnen en kijken wat er gebeurt. Ik kan vertrouwen hebben in onze prestaties op zowel grind als asfalt, omdat we recent sterk zijn geweest op beide vlakken. Toch proberen we altijd te verbeteren en we hadden een goede pre-event test waarbij we aan een aantal dingen konden werken om alles zo goed mogelijk vóór de rally te maken.”