Driemaal een BMW 530 en driemaal een volledig andere wagen, met uiteraard telkens wel de klassieke kenmerken van de vermaarde berline uit München. We reden de voorbije weken zowel met de BMW 530d, de 530i als de 530e, en de rijervaringen liepen behoorlijk uiteen. Een winnaar was er niet, de keuze is echter wel te maken.

Vandaag de dag is de keuze van een aandrijving voor één en dezelfde wagen niet meer zo eenvoudig. Tot goed 5 jaar geleden koos iemand die meer dan 10.000 kilometer per jaar op onze wegen afhaspelde, al snel voor een diesel en daarmee was de kous af. Vandaag is dat anders. Neem nu de BMW 5 Reeks, met een veelvoud aan motoren, zowel, diesel, benzine als hybride benzine. Voor de duidelijkheid opteerden wij telkens voor de ‘530’, gezien de hybride alleen in die uitvoering verkrijgbaar is. De meest klassieke van het drietal is zonder meer de 265-pk sterke BMW 530d, met 620 Nm koppel, die hij puurt uit een 6-cilinder-in-lijn. Net als de andere geteste wagens was deze 530d met een automaat met 8 verhoudingen uitgerust. Over die automaat kunnen we in alle drie de gevallen eensluidend zijn: uitmuntend! Bij iedere nieuwe generatie gaat de automatische versnellingsbak er nog op vooruit, in zoverre dat de bestuurder zich kan afvragen hoe ver de perfectie nog verwijderd is. Overigens geldt diezelfde bemerking voor het comfort en de afwerking van de drie geteste modellen.

Nummer 2 op onze lijst was de 530i, een 4-cilinder met BMW TwinPower Turbo-technologie, goed voor 252 pk en 350 Nm, terwijl we in de 530e ook deze verbrandingsmotor vinden, maar dan gekoppeld aan een elektrische aandrijflijn. De basiscomponenten van het aandrijfsysteem zijn dus de 185 kW (252 pk) sterke 4-cilinder en een elektromotor van 70 kW (95 pk) en een lithium-ion-hoogspanningsaccu met een capaciteit van 9,2 kilowattuur. Zuiver op elektriciteit haalt de wagen een rijbereik tot ca. 46 km en de elektrische topsnelheid bedraagt 140 km/u. De totale cijfers bedragen 347 pk en 420 NM voor het vermogen en het koppel.

We reden telkens een week met de drie wagens, op zeer vergelijkbare wegen, van autostrade over regionale wegen tot de kleinere baantjes in de Ardennen. En eigenlijk ging de strijd van meet af aan tussen de 530d en de hybride BMW 530e iPerformance. De klassieke benzineversie heeft het wat moeilijk en de vraag stelt zich waarom nog voor deze versie opteren. Doe je veel ‘autobahn’ kilometers dan blijft de 530d zuiniger en laat ons eerlijk zijn, met de 6-cilinder ook leuker om mee te rijden. Wie daarentegen wat minder rijdt en vooral (voor)stedelijke kilometers aflegt, kiest dan weer voor de 530e. Goed 40 kilometer elektrische autonomie volstaat heel vaak om de verplaatsing af te leggen en als we dan toch meer kilometers rijden is de combinatie van beide technologieën aangenamer dan de pure benzineversie. Een winnaar is er dus niet, maar de keuze beperkt zich tot twee en niet drie mogelijkheden en wordt beslecht door de aard van het gebruik.